Stembevrijding bij stotteren #3: ruimte innemen zonder controle (deel 1)

Door 26 september 2025Stotteren

Voor de nieuwe lezers: welkom in deze reeks
Voor de nieuwkomers bij deze nieuwsbrief een korte introductie op deze reeks (en van harte welkom). De afgelopen tijd ben ik in gesprek met Klara over wat Stembevrijding bij stotteren eigenlijk doet. Die vraag horen we de laatste tijd steeds vaker. Klara is ook stembevrijder en stottert.
 
In aanloop naar het Stotterevent op 1 november (waar Klara en ik een workshop Stembevrijding geven) deel ik af en toe een inzicht dat daaruit is ontstaan. We zitten nu op een totaal van vijftien inzichten.

Hoewel de reeks Waarom Stembevrijding bij stotteren heet, willen we geenszins de indruk wekken dat het gaat om een aanpak met een duidelijk doel. Dat Stembevrijding iets doet met stotteren. Iets verbetert, iets oplost. En hoewel het waar is dat mensen zich na afloop vaak vrijer voelen, soepeler spreken, of dieper contact ervaren, is dat niet het doel.
 
Stembevrijding werkt juist omdát er geen doel is. Het gaat het er nooit om dat je iets bereikt. Je hoeft niet aan jezelf te sleutelen en er hoeft niets gefikst. Dat jij je stem laat klinken terwijl je misschien spanning voelt, of schaamte, of plezier. Dát is het werk. Niet om ergens naartoe te gaan, maar om volledig te zijn waar je bent. Nu. Met alles wat je voelt. Positief, negatief. Geen millimeter anders.

Als je daar bij kunt blijven ontstaat er ruimte. Je hoeft niet meer te vechten. Je zingt jezelf vrij.
 
Stotteren staat daarin nooit op zichzelf. Het is verweven met je geschiedenis, je lijf, je gevoelsleven. Maar jij bént niet je stotteren. Je bent zoveel meer. En dat is precies waar Stembevrijding steeds weer toe uitnodigt: jezelf toe laten met alles wat zich in jou aandient. Met álles wat er in je leeft. Zoals Anna Fernhout het zo mooi zingt: Alles in jou doet ertoe. Luister haar liedje maar eens op Spotify.
 
Ruimte innemen, ook zonder controle
Bij Stembevrijding leer je steeds opnieuw: ik mag ruimte innemen, ook zonder controle.

Je laat horen wat er in je leeft, ook als je niet weet wat eruit zal komen. Dat gaat vaak eerst wat schoorvoetend. Voor iedereen is dat spannend, niemand uitgezonderd. Ook Klara en ik kunnen dat echt nog wel spannend vinden. Het is nu eenmaal per definitie een onzekere exercitie, je weet namelijk nooit van tevoren wat er uit je gaat komen. 
 
Je doet je mond open en laat op een zucht wat geluid meekomen. Je houdt je hart vast, want je hoopt dat het er toch enigszins normaal uitkomt. Je wordt uitgenodigd om de klank van je buurman of buurvrouw na te doen en doet je best om het niet te hard of te zacht te laten klinken. Of erger nog: je wordt gevraagd om je naam te zingen. Nou, dat mag natuurlijk niet vreemd of vals klinken. Stel je voor!
 
Maar je doet het toch. Op jouw manier. Misschien schrik je van je eigen geluid. Weet dan, er gaat niets mis. Dit is volstrekt normaal. Jouw lichaam reageert en functioneert dus! Je gaat in op de uitnodiging om dat schrikgevoel mee te nemen in je zingen. Om er niet van weg te gaan.

Je weet niet hoe je het doet, maar langzaam begint er iets in je te ontspannen. Je zingt wat je voelt en wordt steeds meer meegenomen door je stem.
 
Contact maken
Dan besluit je om in te gaan op de uitnodiging om je ogen open te doen en contact te maken. Oeh, daar gaat een siddering door je heen. En ook dat mag je meenemen in je zingen, je hoeft er niet van weg.

Je besluit om te experimenteren met contact. Hoelang wil je in contact blijven, wat gebeurt er als je je ogen weer sluit, voel je een impuls om je ogen weer te openen, of niet? Kun je in contact komen met je eigen behoeften, en zo ja, in hoeverre kun je hiernaar handelen?
 
Je voelt verder in je lichaam. Welke impuls wil je volgen? Je doet een stap naar achter en vervolgens een naar voren. Je ervaart het verschil in je lijf en in je zingen. Je kijkt de ruimte rond, je spreidt je armen. Dit ben ik. Je voelt je eigen ruimte en neemt die in.
 
Bovenstaand fragment is zomaar één van de vele manieren waarop een sessie zich kan ontvouwen. Het laat zien: je voelt je eigen ruimte pas wanneer je bij jezelf blijft. Wanneer je stap voor stap ervaart dat je jezelf kunt dragen.
 
Ruimte ontstaat wanneer je niet meer hoeft te vluchten of te overleven. Als je kunt blijven. Niet door te controleren, maar door toe te laten.
 
Bij stotteren zie ik dat ook vaak
Als je stottert, kan het voelen alsof je eerst controle moet hebben over je spreken, voordat je jezelf laat zien. Zo kan er een grote druk komen liggen op je spreken.
 
Dit idee is niet fout denk ik. Het is heel menselijk. Ik stotter niet (meer), maar als ik een belangrijk gesprek heb waar ik tegenop zie, dan doe ik er ook moeite voor om goed voor de dag te komen. Ik bereid me goed voor en ik ken zeker ook de impuls om mijn onzekerheid te verbergen.
 
Maar die fixatie op controle helpt niet. De crux zit er steeds weer in om jezelf toe te laten met spanning en al. Om jezelf niet af te sluiten. Juist door jezelf te voelen en dat mee te nemen in je stem kan het besef van ruimte ontstaan.
 
Het gaat écht niet om resultaat
Hiermee bedoel ik absoluut niet te zeggen dat als je dit maar vaak genoeg oefent dat je stotteren dan overgaat. Het risico ligt dan op de loer dat het een doelgerichte oefening gaat worden. Dat je je best gaat doen. Of dat je na een vruchtbare sessie verwacht dat de volgende sessie je net zoveel gaat brengen.
 
Zo werkt het niet. Paradoxaal genoeg leiden doelgerichtheid, verwachtingen en je best doet alleen maar tot teleurstellingen. Dat lijkt een zwaktebod, maar dat is het niet. Het gaat namelijk écht niet om resultaat. Het gaat steeds weer om jezelf voelen. Keer op keer. En dan merk je vanzelf veranderingen in je systeem, juist omdat het geen doel hoeft te hebben.
 

Volgende week
Uiteraard hebben Klara en ik weer uitgebreid gesproken over dit thema. In de nieuwsbrief van volgende week lees je een beknopte uitwerking van dat gesprek. Tipje van de sluier: voor Klara is zingen zonder controle een oefenplek om ook in haar spreken de ruimte te nemen.