Stembevrijding bij stotteren #2: Jezelf laten horen, ook als het spannend is

Door 26 september 2025Stotteren

De afgelopen tijd zijn Klara en ik veelvudlig in gesprek over wat Stembevrijding eigenlijk doet bij stotteren. Die vraag krijgen we namelijk steeds vaker. Klara is ook stembevrijder en stottert.

In aanloop naar het Stotterevent op 1 november deel ik af en toe een inzicht dat daaruit is ontstaan. We zitten nu op een totaal van vijftien inzichten, plus eentje die alles samenbrengt. Die eerste heb je vorige week ontvangen: vrijheid. Want stembevrijding gaat eigenlijk helemaal niet over spreken. En toch weer helemaal wel. Het gaat niet om vloeiendheid, maar om ruimte. Niet om iets afleren, maar om jezelf toelaten.

Stotteren staat daarin nooit op zichzelf. Het is verweven met je geschiedenis, je lijf, je gevoelsleven. Maar jij bént niet je stotteren. Je bent zoveel meer. Stembevrijding gaat over jou en álles wat er in je leeft. Zoals Anna Fernhout het zo mooi zingt: Alles in jou doet ertoe.

Een voorbeeld uit de praktijk
Een tijdje geleden begeleidde ik iemand die zichzelf enorm schaamde om geluid te maken. Hij wilde zich laten horen, echt waar. Maar zodra we de stap naar klank maakten, kwam er iets anders op de voorgrond: de schaamte om zijn onvermogen en de overtuiging dat hij zich aanstelde.

Die schaamte over de schaamte werd een vicieuze cirkel. Het werd zó spannend dat hij het liefst had willen weglopen. Maar dat wilde hij niet. Hij wilde er doorheen.

Ik vroeg hem of hij iets van de spanning kon toelaten. Een beetje maar. Iets van de schaamte, iets van het aanstellen. ‘Misschien een 1 op 10’, zei hij. En dat lukte.

Tot zijn verbazing voelde dat eigenlijk best oké. Er kwam wat lucht. Ik nodigde hem uit om precies dát gevoel te verklanken. Niet uitleggen. Niet begrijpen. Alleen: voelen en zingen.

Hij begon wat aarzelend te zingen. Maar langzaam veranderde het. De klank voller, zachter, meer van hem. Na een paar minuten keek hij op. Verbaasd. De spanning en de schaamte waren weggezakt. Hij had zichzelf laten horen én zichzelf ontvangen.

Bij stotteren zie ik dat ook vaak
Die innerlijke beweging — van terugtrekken naar toestaan — speelt ook bij stotteren een grote rol.Bij stotteren is er vaak óók spanning. De angst voor herhaling, de schaamte dat het niet lukt. De druk om het anders te doen. Soms zit je dan al vast vóórdat je begint met spreken.

Bij Stembevrijding mag dat allemaal mee. Je hoeft niets op te lossen of te vermijden. Je mag simpelweg zingen wat er nú is. Met spanning en al. Juist die spanning toelaten maakt dat iets van die spanning kan smelten. En juist dat maakt dat er iets kan veranderen. 

Stembevrijding helpt je om bij spanning en ongemak te blijven, zonder iets te hoeven oplossen. Je systeem doet daar steeds meer ervaring in op. De neiging om van spanning en ongemak weg te willen of het onder controle te krijgen, wordt minder dwingend.

Je lijf leert: het mag er zijn. En dat maakt verschil. Ik moest denken aan wat mijn stagebegeleider bij het Stottercentrum tegen cliënten zei: stotteren is geen wereldramp. En dat is precies wat je gaat voelen als je niet meer hoeft te vechten, maar kunt blijven.

Klara zegt
“Wat als eerste in mij opkomt: als ik iets spannend vind, ga ik daar niet meer voor weg. Vroeger deed ik dat wel. Dan liep ik letterlijk weg van de spanning. Bijvoorbeeld bij de tandarts. Als die zei: ‘Maak maar even een nieuwe afspraak bij de balie’, dan liep ik gewoon de praktijk uit.

Want als ik dan naar buiten kwam en zag dat de hele wachtkamer vol zat, wist ik: straks sta ik daar, alleen, en moet ik mijn geboortedatum zeggen. En dat was nou nét zo’n moment waarop ik wist dat ik zou gaan stotteren. Iedereen zou naar me kijken. Dan dacht ik: ik bel thuis wel. Bellen vond ik óók niet prettig, maar minder erg dan daar in het volle zicht staan.

En nu doe ik dat dus wél. Ik blijf. Niet omdat het ineens makkelijk is. Mijn lijf wiebelt, mijn oksels klotsen, ik voel de spanning in elke vezel. Maar ik loop er niet meer voor weg. Dat is het eigenlijk al: ik blijf staan, met alles wat er is. En ik merk dat dat iets verandert.”

Ik: Wat gebeurt er als je de spanning meeneemt? Wat doe je dan letterlijk?

“Dan gaat mijn lijf een beetje wiebelen. Niet altijd hoor, maar vaak wel. En het is ook niet altijd bewust. Maar voor mij is het al een hele stap om gewoon te zeggen: ik loop hier niet voor weg. Dat is het eigenlijk: de spanning recht in het gezicht aankijken, met mijn klotsende oksels en alles wat ik in mijn lijf voel.

En ook steeds weer merken dat het niet is wat ik van tevoren denk. Want het is niet alleen spanning — het zijn ook gedachten die ik meeneem. Wat er zou kunnen gebeuren. Dat het misgaat. Dat iedereen me ziet. En ik dacht altijd dat het dan juist erger zou worden als ik bleef… maar dat bleek bij mij niet zo te zijn.

Soms stotter ik. Soms is het erger dan andere keren. Daar vind ik dan ook wel wat van. Maar heel vaak sta ik daar gewoon. En dan gaat het vloeiend. Het is van tevoren nooit te voorspellen.”

Ik: En wat doet dat met je, dat het van tevoren nooit te voorspellen is?

“Dat maakt het wispelturig. En ook wel naar. Want je weet nooit hoe het zal zijn: hoe lang, hoe veel. En dat maakt het stotteren zelf ook moeilijk. Omdat je er geen grip op hebt. Maar juist doordat ik het ben gaan meemaken, door er wél te staan, merk ik: het is ook vaak anders dan ik denk.

En dat geeft me vertrouwen. Want vroeger ging ik uit van het allerergste. En nu weet ik: het gaat altijd anders dan je denkt. En dat maakt het lichter.

Dit gaat voor mij ook over een ander punt van wat ik in Stembevrijding ervaar, namelijk mijzelf steeds weer overgeven aan het onbekende. Met stembevrijdend zingen weet je van tevoren nooit wat je gaat zingen.”

Ik: Maar daarover volgende keer meer.

“Ja. Daarover volgende keer meer!”