Onderzoek laat zien dat zingen een positieve invloed kan hebben op je zenuwstelsel. Dat heeft te maken met de nervus vagus: een belangrijke zenuw die betrokken is bij rust, herstel en een gevoel van veiligheid.
De nervus vagus heeft verbindingen met onder andere je longen, stembanden, keel en oren. En als je zingt, gebruik je juist die gebieden intensief. Daarom kan zingen zo’n regulerend effect kan hebben op je zenuwstelsel.
Maar ik denk zelf dat het sterk regulerende effect van stembevrijding ‘m waarschijnlijk nog meer zit in drie andere dingen.
Ten eerste co-regulatie. Tijdens stembevrijding doe je steeds opnieuw de ervaring op dat je jezelf kunt laten zien en dat daar ruimte voor is. Je hoeft jezelf niet terug te trekken, aan te passen of te verdedigen. Want de afwijzing waar je bang voor bent, blijft uit. Juist die ervaring van veilig contact helpt je zenuwstelsel om te ontspannen. Voor veel zenuwstelsels is dit zelfs een nieuwe ervaring.
Het tweede element is expressie. Veel van ons hebben geleerd om gevoelens, impulsen en woorden in te houden. Dat kost ons zenuwstelsel voortdurend energie. Tijdens stembevrijding krijgen die gevoelens, gedachten en lichamelijke impulsen een veilige manier om tot expressie te komen. Juist daardoor ontstaat er vaak meer ruimte, ontspanning en verbinding met jezelf.
Bij stembevrijding reguleren we dus niet door gevoelens weg te maken, maar door ze veilig te kunnen ervaren én uitdrukken. Voorbeeld: wanneer ik je vraag om je emotie te uiten via een zucht dan is dat niet om je emotie weg te zuchten. En het is ook geen vorm van self-soothing (hoewel dat in zichzelf een gezonde vaardigheid is). Bij stembevrijding gaat het om het afmaken van een onafgemaakte reactie. Daardoor kan het lichaam weer terugkeren naar regulatie.
(Daarbij moet ik wel de kanttekening maken dat stembevrijding lang niet altijd gaat over een onafgemaakte reactie. We gebruiken nog veel andere manieren van zingen die heilzaam zijn voor je systeem. Bijvoorbeeld het zingen van je verlangen of jezelf tot uiting brengen door het zingen van je naam. To name a few.)
Een derde element is misschien wat lastiger onder woorden te brengen. Maar ik denk dat waarheid een regulerende werking heeft. Je kent het misschien wel: een moeder die geïrriteerd is maar blijft zeggen ‘nee hoor, mama is niet boos’. Dat voelt onveilig voor een kind. Niet zozeer omdat moeder boos is, maar omdat haar woorden niet overeenkomen met wat het kind ervaart.
Dat werkt bij onszelf net zo.
Want wanneer je tegen jezelf zegt dat het goed gaat terwijl je eigenlijk bang, verdrietig of boos bent, ontstaat er een soort innerlijke spanning. Je lichaam voelt het één, terwijl je woorden iets anders zeggen.
Op het moment dat je – in de liefdevolle aanwezigheid van een ander – uitspreekt hoe je je voelt, óók (of juist) als dat gevoel helemaal niet prettig is, dan leidt dat automatisch tot ontspanning. Omdat je lichaam en je woorden weer hetzelfde verhaal vertellen. Het lijkt een paradox, maar je systeem kan dan ontspannen in de waarheid.