Steven de Jong in Pakhuis de Zwijger

Door 11 december 2025januari 20th, 2026Stotteren

Een bericht uit de oude doos: ik zag dat ik deze nieuwsbrief nog niet op mijn website had gezet. Bij deze deel ik ‘m alsnog!

Afgelopen vrijdag (16 januari 2025) was ik in Pakhuis de Zwijger bij een avond over stotteren. Nu ik dit zo schrijf valt mij de ironie van de locatie mij op: Pakhuis de Zwijger. Centraal stond namelijk het onderzoek van Steven de Jong over stotteren op de werkvloer, waaruit blijkt dat mensen die stotteren nogal eens tot zwijgen gemaand worden. Door werkgevers, maar ook door geïnternaliseerde overtuigingen als ‘ik kan dit beroep pas uitvoeren als ik vloeiend spreek’, of ‘als ik stotter tijdens een vergadering dan word ik niet serieus genomen’.

Geen wondermiddelen, maar eerlijkheid

Behoorlijk heftige kost dus. Toch heb ik het als een heel hoopvolle en inspirerende avond ervaren. En dat was niet alleen doordat er uiteraard ook legio werkgevers zijn die wél op een menselijke omgaan met stotteren op de werkvloer, maar wat mij betreft vooral ook vanwege de openheid en eerlijkheid over stotteren. 

Zoals het verhaal van onderzoeker/klinisch-linguïst/logopedist Lottie Stipdonk, die aangaf dat we niet weten waarom sommige kinderen wel en andere niet over stotteren heen groeien. En waarom sommige volwassenen op latere leeftijd de switch kunnen maken naar vloeiend spreken. 

Validisme: minder moeilijk dan je denkt

En de invalshoek van cultureel antropoloog Claire van den Helder, die stotteren benaderde vanuit het begrip validisme. Validisme is de Nederlandse vertaling van het Engelse woord ableism, en wordt gebruikt om discriminatie, marginalisering en stigmatisering van mensen met een lichamelijke, verstandelijke en/of psychische functiebeperking aan te duiden. Ik kan mij voorstellen dat deze zin mogelijk weerstand in je oproept. Want misschien wil je jouw stotteren helemaal niet zien als een beperking. En vraag je jezelf terecht af of je een beperking hebt.

En daar ligt misschien ook een groot deel van het probleem. Onze maatschappij is impliciet en expliciet zo gericht op het wegwerken van beperkingen, dat niemand van ons eigenlijk wil behoren tot de groep mensen met beperkingen. Misschien wel vooral als het om stotteren gaat, omdat daar nogal eens de aanname kan heersen dat je met hard werken je stotteren kunt ‘overwinnen’. 

Ik geloof niet in ‘overwinnen’

Ik geloof daar niet in. Ik geloof niet dat het gaat om overwinnen. En ik geloof ook niet dat dat hoeft. 

Ik geloof wel dat we als maatschappij collectief te leren hebben om beperkingen te omarmen. We hebben immers allemaal onze beperkingen. Als we gericht zijn op het wegwerken, onderdrukken of verbergen van onze beperkingen, dan zetten we onszelf vast. We blokkeren dan niet alleen ons gevoel (en onze stem), maar we staan dan ook niet meer in contact met onze wezenlijke behoeftes en met elkaar. Ik denk dat we als maatschappij niet goed kunnen dealen met beperkingen, omdat ze ons eigen kwetsbaarheid en ongemak triggeren.

Ik geloof wel in contact

We hebben dus als maatschappij niet alleen te leren om beperkingen te omarmen (van onszelf en anderen), maar vooral ook om met ongemak om te gaan. En dan met name het ongemak in onszelf. Wat veel verder gaat dan het opbrengen van geduld om iemand die stottert zijn eigen woorden en zinnen af te laten maken. Of niet (meteen) hulp te bieden aan een blind persoon die in een druk café een zitplaats zoekt.

Het gaat om kunnen ‘zijn’ met wat (al dan niet ogenschijnlijke) struggles van de ander in ons oproepen. Dus niet gaan invullen voor de ander hoe die zich voelt tijdens het spreken met stotters. Of hoe een blind persoon zich voelt in een drukke ruimte. Niet de stotteraar, blinde of toehoorders/kijkers willen beschermen tegen mogelijk pijnlijke situaties. 

Want uiteindelijk zijn dat steeds projecties van ons eigen ongemak, waarmee we de ander opzadelen. 

Als we daadwerkelijk inclusief willen zijn, niet omdat het moet maar omdat we het willen, dienen we ons eigen ongemak toe te laten zodat we daadwerkelijk contact kunnen maken met elkaar. En met onszelf.

En daar ligt ruimte voor heling

Want pas als we ons eigen ongemak kunnen zien voor wat het is, openen we de ruimte voor heling. Ze vormt dan een startpunt voor het doorvoelen van de lagen die bovenop onze vrije zelf gekomen zijn. In plaats van dat we onszelf vastzetten door ons te richten op volmaaktheid en vloeiendheid als de enige juiste uitkomst. 

Stembevrijding geeft je de mogelijkheid om die lagen die om je vrije zelf heen zijn gekomen letterlijk los te laten trillen, zodat je weer als jezelf tevoorschijn kunt komen. Niet perfect, maar wel volmaakt. Met en zonder stotters. En een mooie bijkomstigheid is dat juist dit ruimte schept voor vloeiendheid, juist doordat vloeiendheid geen doel is.