Vroeger kon ik mijn stotteren goed verbergen. Maar wat niemand zag, was wat er vanbinnen gebeurde.
Hoe ik op slot ging als ik voelde dat het niet ging. Hoe ik mezelf kwijtraakte in die paar seconden waarin alles stokte.
Het ging niet om de stotter. Het ging om het gevoel: ‘Ik mag zo niet zijn’’
Als het ineens stokt
Soms komt het ineens opzetten. Je wil iets zeggen, en je merkt: ‘Het lukt niet. Ik begin te vechten.’ Niet alleen met de zin. Maar met jezelf.
Want ergens is die oude stem die fluistert: ‘Zo mag ik er niet zijn’.
En precies daar — in die paar (mili)seconden waarin alles stokt — gebeurt het. Niet buiten je, maar vanbinnen.
Want het gevecht is niet alleen met het stotteren zelf. Het is met het gevoel dat jij niet oké bent omdat je stottert. Dat je niet genoeg bent. Niet goed genoeg klinkt. Niet genoeg meedoet, meekomt, mee mag doen.
En wat dan zo pijnlijk voelt, is niet zozeer dat je blokkeert maar dat je jezelf kwijtraakt terwijl het gebeurt.
Je bent even niet meer bij je adem. Niet bij je lijf. Niet bij jezelf.
Niet omdat je iets verkeerd doet, maar omdat je systeem je probeert te beschermen. Je lichaam kiest de weg die het kent: bevriezen, vermijden, jezelf afsluiten.
Niet omdat jij faalt, maar omdat je ooit hebt geleerd dat dit veiliger is dan zichtbaar zijn in je kwetsbaarheid.
Trouw blijven aan jezelf
Wat als je dat moment van blokkeren niet hoeft te fixen? Wat als je daar… mag blijven?
Niet om het op te lossen. Niet om er iets van te maken. Maar om jezelf niet kwijt te raken. Om zacht aanwezig te zijn bij wat er gebeurt — precies daar waar het stokt. Omdat ook dát een plek is waar je mag bestaan.
De diepste laag van bevrijding is niet dat het lukt. Maar dat jij er nog bent, ook als het niet lukt. Dat je voelt: ik hoor erbij. Ook hier, ook nu.