Vorige week sprak ik een vrouw uit Griekenland. We hadden het over cultuurverschillen.
In Griekenland, zei ze, wordt vaak van je verwacht dat je jezelf kleiner maakt. Dat je humble bent. Nederig zouden wij zeggen.
Maar hier in Nederland lijkt het tegenovergestelde waar: je moet jezelf groter voordoen dan je bent.
Ze vond het in eerste instantie bevrijdend dat ze zichzelf niet kleiner hoefde te maken. Maar al snel ontdekte ze de keerzijde: de druk om jezelf groter te maken dan je bent.
Altijd de angst om door de mand te vallen. Misschien herken je dat.
Ik moest denken aan het liedje ‘Nooit Alleen’ van Anna Fernhout. Ze zingt:
Je werkt zo hard om maar iets te hoeven zijn,
om te voldoen aan al die stemmen,
ook al maken ze je klein.
Die woorden kwamen bij me binnen. Want ja, die stemmen—of ze je nu kleiner maken of groter laten lijken—herken ik ook. Ze zijn er met de paplepel ingegoten.
En het voelt alles behalve fijn.
Mijn eerste reactie? Wegduwen. Negeren. Dat knagende stemmetje geen ruimte geven.
Maar ik weet inmiddels dat dat niet werkt. De sleutel ligt juist in voelen wat je voelt. Toestaan wat er in je leeft, ook al is dat kwetsbaar of ongemakkelijk.
Als je het voelt, hoeft het je niet meer onder controle te houden. Angst maakt plaats voor liefde. Liefde voor jezelf. Dat is precies wat stembevrijding keer op keer laat ervaren.
Stembevrijding geeft je de ruimte om alles wat je voelt te laten horen. En zo ontdek je stevigheid en vrijheid in jezelf. Juist door precies te zijn zoals jij bent.