Hier in het midden van het land is het deze week weer de eerste schoolweek. De kinderen zijn weer naar school en ik zit weer voor het eerst achter mijn computer voor een nieuwsbrief. Een wit scherm. Mijn hoofd voelt leeg en tegelijk vol met ideeën. Mijn taalspier moet duidelijk nog op gang komen.
Op gang komen kost tijd
Op gang komen is een proces. Het is niet zo dat je na de vakantie zomaar ineens weer op volle kracht staat te draaien. Het duurt even voordat je er weer lekker inzit.
Ik zie dat bij mijn kinderen op school, bij mijn man en zijn collega’s op het werk. En elk jaar verwondert het me weer: hoe we toe zijn aan vakantie en daarna óók weer aan ritme. Hoe we naar ritme verlangen zelfs, enerzijds. En hoe lastig het weer is om ritme en focus te vinden, anderzijds. Dat doe mij weleens afvragen hoeveel baat we eigenlijk hebben bij zo’n ritme.
Ritme en ruimte geeft focus en ontspanning
Ik denk dat de sleutel zit in een combinatie van ritme en ruimte. Die combinatie opent de deur voor focus en ontspanning. Een ritme zonder sleur of krampachtigheid. Meer als een muziekstuk met een vaste maat waarin je zelf de variaties en het tempo aanbrengt. En als je wilt wat extra rust.
Dat muziekstuk opstarten, dat is het lastigst. Of misschien is het woord lastig misplaatst. Wat ik bedoel is dat het niet meer dan natuurlijk is dat opnieuw opstarten even tijd kost. Dat het tijd nodig heeft, als gegeven. Eigenlijk net als bij een muziekstuk: dat begint vaak met een intro en pas bij het tweede of derde refrein zing je voluit. Het duurt even voordat je er lekker inzit.
Begin waar je nu bent
Bij stembevrijding werkt dat net zo. En eigenlijk nog subtieler. Omdat je bij stembevrijding geen vaststaande stukken zingt maar steeds weer jouw eigen lied van dat moment improviseert, is er volop ruimte om jouw eigen tempo te volgen. Het hoeft niet sneller dan het gaat en je begint precies bij waar je nu bent. Bijvoorbeeld met een zucht of een aarzelend ‘jaaa’ tegen wat je voelt. En gaandeweg land je meer in je lijf, meer in je stem. Je hoeft niets te forceren. Alles wat er is mag mee: de weerstand tegen het opstarten, de onrust in je lijf, de kritische stemmen, de to-do-lijst die door je hoofd raast. Als je dat allemaal meeneemt in je zingen, ontstaat er ruimte. Omdat je nergens meer van weg hoeft.
Ritme en ruimte. Focus en ontspanning.
Geen tijd? Dan juist wél
Misschien denk je: maar ik heb helemaal geen tijd voor ruimte en mijn eigen tempo. Er moet nou eenmaal van alles gedaan worden. Maar dat is een mindfuck. Dat is het stemmetje dat zegt dat je steeds doormoet. Dat je uitput en je in het ‘gunstigste’ geval brengt bij een volle inefficiënte agenda en in het slechte geval bij doomscrollen en wat dies meer zij.
Het goede nieuws: je hoeft niet steeds door. Je mag stilstaan en voelen wat er is. Dat geeft die ruimte waar je naar verlangt.
Misschien herinner je je nog dat ik middenin een verbouwing zit. Toen ik van vakantie terugkwam tussen de dozen en huis vol stof moest ik even heel hard slikken. Daarna ben ik gaan zingen. Eerst wat jammerend en vervolgens heel hard.
Zingen kan altijd. Je hoeft niet op te wachten tot het rustig wordt of tot je er tijd voor hebt. Juist midden in de drukte en de rotzooi helpt het om weer ruimte te voelen. Zoals moeder Teresa zei: bid een uur per dag, en als je geen tijd hebt twee.